Maart-November 2023

Audiogids – Barokke Influencers. Jezuïeten, Rubens en de kunst van het overtuigen 

Dit is de audiogids van de tentoonstelling Barokke Influencer: Jezuïeten, Rubens en de kunst van het overtuigen die van 22 april tot en met 16 juli 2023 liep in de Sint-Carolus Borromeuskerk.

De audiogids werd gemaakt door Exponanza. Er werd voor de gelegenheid een opname gemaakt van de Madrigali Spirituali van Philippus de Monte (een productie van Alamire Foundation i.s.m. AMUZ).  

Inleiding: de kerk en haar verdwenen kunstschatten

Barokke influencers. Zo zou je de jezuïeten die in het Antwerpen van de zeventiende eeuw een bepalende rol speelden met recht kunnen noemen. Zij gebruikten alle mogelijkheden van de media van hun tijd om mensen te overtuigen van hun inzichten. Dat begint al met deze overweldigende kerk. Wie hier binnenstapt, waant zich misschien veeleer in een balzaal. Overal zie je marmer en uitbundige versieringen in goud en zilver. Alles is overdadig. We zijn hier weliswaar in een huis van God, maar zo laten de jezuïeten in alles merken, het huis van God hoeft niet saai te zijn. De barokke jezuïeten hielden van een zintuiglijke aanpak. Het idee was de mensen te imponeren en ze te doen verlangen naar het volmaakte, naar het ultieme van God. Dat gebeurde door de vijf zintuigen aan te spreken, in de hoop dat je ze alle vijf nog had. Deze ruimte was dan ook in de eerste plaats bedoeld om in te spelen op de beleving van het geloof.

Opvallend aan de jezuïeten is dat deze orde niet samen bidt. Vandaar dat er in jezuïetenkerken ook geen koorgestoelte is en het altaar daardoor veel dichter bij de mensen staat. Dat altaar springt meteen in het oog door een schilderij dat zo hoog is als twee verdiepingen van een huis. Het bijzondere aan deze kerk is dat zij niet één maar vier altaarstukken bezit, die door middel van een ingenieus katrolsysteem kunnen worden gewisseld. Twee van deze monumentale schilderijen zijn oorspronkelijk van de hand van de belangrijkste barokschilder van Antwerpen: Peter Paul Rubens. Toen de jezuïetenorde in 1773 werd verboden, eigende Keizerin Maria Theresia van Oostenrijk, de Landsvrouwe van de Oostenrijkse Nederlanden, zich echter het eerste kooprecht toe. Beide schilderijen verdwenen naar Wenen, waar ze nu nog altijd te bewonderen zijn in het Kunsthistorisches Museum. Sindsdien hangen hier kopieën, maar een ontwerp voor één van de altaarstukken is tijdens dit festival te zien in de tentoonstelling in het Snijders & Rockoxhuis.

De twee altaarstukken waren lang niet de enige werken van Rubens die in deze kerk te bewonderen waren. De oorspronkelijke houten plafonds waren versierd met 39 schilderingen van zijn hand. Iets minder dan honderd jaar na de inwijding van de kerk, op 18 juli 1718, werd het gebouw echter getroffen door bliksem. Het dak en het plafond gingen in vlammen op – een gebeurtenis die destijds werd gezien als de grootste kunstramp van de eeuw. Alleen Rubens’ schilderij De Terugkeer van de Heilige Familie uit Egypte in het met steen overwelfde Sint-Jozefaltaar, overleefde de brand en hangt na een omzwerving van meer dan twee eeuwen sinds 2017 weer op de oude plek.

De tentoonstelling gaat verder op de eerste verdieping, waar we op de galerijen tal van voorbeelden van de slimme communicatie van de jezuïeten zullen belichten. Verspreid over die expositie zul je de zogenaamde affixio zien, een reeks van symbolische schilderijen die in 1640, bij het eeuwfeest van de jezuïetenorde, in deze kerk werden geëxposeerd. Probeer alvast te achterhalen welke boodschappen in deze doeken verborgen zitten. Halverwege de rondleiding zullen we je de sleutel overhandigen.

Audiogids 01 – Inleiding: de kerk en haar verdwenen kunstschatten

Sint-Carolus Borromeuskerk in Antwerpen © Mathias Hannes

Affixiones

De tien schilderijen die je hier verspreid over de galerijen ziet hangen, maken deel uit van een affixio – letterlijk: een reeks geschilderde voorstellingen met teksten, opgehangen tijdens een tentoonstelling. Deze werken werden in 1640 speciaal voor de feestelijke herdenking van het honderdjarig bestaan van de jezuïetenorde gemaakt, en hadden eigenlijk slechts een tijdelijk karakter. Het is dan ook een gelukkig toeval dat deze doeken bewaard zijn gebleven. In de loop van de negentiende eeuw werden tien van de oorspronkelijk achttien werken ingewerkt in paneeldeuren. Na een recente restauratie zijn ze hier na vele jaren weer in de oude luister te bewonderen.

Affixione - Novum Mutor in Alitem

Het derde doek toont iemand die is ingetreden in de Sociëteit van Jezus en in retraite zijn gedachten en geest heeft vernieuwd. De spreuk in de cartouche betekent zoveel als: ‘ik verander in een nieuwe vogel’. Die transformatie is op de voorstelling al voltooid. De vogel vliegt uit de hand van de zittende engelachtige figuur, een mooie, maar ongewisse toekomst tegemoet.

De schilderijen uit de serie zijn als puzzels. De boodschap zit verborgen onder symbolen. De toeschouwer krijgt de opdracht het beeld te ontcijferen, daarbij een beetje geholpen door de opschriften. Oorspronkelijk waren er ook nog uitgebreidere Latijnse bijschriften, maar die zijn niet bewaard gebleven.

Deze bijzondere vorm van communicatie is in de 16de en 17de eeuw ontwikkeld in de embleemkunst. Het beeld gaat in deze symbolische voorstellingen een complexe relatie aan met het opschrift en het berijmde bijschrift. Het doek uit de affixio dat je hier ziet, is overigens net als de andere geïnspireerd op het embleemboek dat de jezuïeten in 1640 samenstelden ter gelegenheid van het honderdjarige bestaan van hun orde. De afbeelding is zeer herkenbaar, al verandert de jonge priester hier niet symbolisch in een vogel, maar in een vlinder en ontbreekt van de engelachtige figuur ieder spoor. De geschilderde doeken zijn dus geen letterlijke kopieën van de gedrukte emblemen, maar proberen de toeschouwer volgens een eigen logica tot het spel met de symbolen te verleiden.

Helaas weten we niet wie de schilderijen heeft gemaakt, maar de kunstenaar heeft duidelijk een lijn aangebracht in deze reeks. Op alle schilderijen verschijnt een angelieke figuur als symbool van de goddelijke liefde, die bovendien optreedt als guitige leidsman in deze serie van betekenisvolle voorstellingen.

Audiogids 02 – Affixiones

De jezuïeten: Xaverius

Eigenlijk kijken we hier naar twee schilderijen. Op de achtergrond zien we een grisaille, een schildertechniek die de illusie oproept van een steengravure of houtsnijwerk. In deze techniek heeft een anonieme kunstenaar de heilige Franciscus Xaverius afgebeeld, knielend voor de maagd Maria en het kind Jezus. Deze Franciscus Xaverius was een van de grondleggers van de Sociëteit van Jezus. Hij zou het grootste deel van zijn leven doorbrengen in Oost-Azië, waar hij in opdracht van Ignatius van Loyola, de eerste generaal van de orde, missiewerk verrichtte. De link met de Jezuïetenorde is op het schilderij verder duidelijk zichtbaar door het monogram IHS dat is uitgesneden uit de houten bank voor de heilige. Deze afkorting van de naam Jezus deed dienst als het logo van de orde. Het bijzondere van dit werk is dat er aan dit stichtelijke tafereel een tweede schildering, een ensemble van bloemen, planten en vruchten is toegevoegd. Deze bloemenkrans is onmiskenbaar het werk van Daniël Seghers, de ultieme specialist op dit gebied.

Seghers werd in 1590 in Antwerpen geboren, maar bracht zijn jeugd samen met zijn Calvinistische moeder door in Utrecht. In 1611 keerde hij terug in de Scheldestad waar hij in de leer ging bij Jan Brueghel de Oude. Hij bekeerde zich tot het katholicisme, trad in 1614 als novice in bij de jezuïeten in Mechelen en ontwikkelde zich tot de absolute meester van het bloemenschilderij. De jezuïeten erkenden het talent van Seghers en gaven hem alle ruimte zijn om zijn vak uit te oefenen. Ze gebruikten zijn werken als decoratie in hun kerken en zetten ze in als geschenken voor belangrijke relaties, bijvoorbeeld in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waarmee Antwerpen toen nog steeds op voet van oorlog leefde. Met de bloemen van Seghers benadrukten de Jezuïeten het bloeiende karakter van hun beweging. Dat gebeurt ook in dit schilderij, al is de compositie van Seghers gelaagd. De rijpe bramen en de bloeiende bloemen lijken inderdaad te wijzen op een vruchtbaar leven. Maar de distels en de verwelkte rozenbottels hinten tegelijkertijd op de gevaren en de vergankelijkheid van het bestaan.

Audiogids 03 – De jezuïetenorde: Franciscus Xaverius

De Jezuïeten: Franciscus Aguilonius

Francois d'Aguilon_- Opticorum libri 1613

De kerk waarin je je nu bevindt, is mede ontworpen door Franciscus Aguilonius, of François d’Aguilon, zoals deze geboren Brusselaar in 1567 werd gedoopt. Dat is lang niet het enige wapenfeit uit het korte leven van Aguilonius. Hij was daarnaast rector van het Antwerpse jezuïetencollege, de stichter van een wiskundige hogeschoolopleiding in Antwerpen én de auteur van een opmerkelijk wetenschappelijk werk, getiteld: Opticorum libri sex, philosophis iuxta ac mathematicis utiles, oftewel: Zes boeken over optica, nuttig voor filosofen en wiskundigen. Aan de Universiteit van Leuven waren ze niet blij met Aguilonius. Met zijn boek en met zijn wiskundige opleiding, die ook toegankelijk was voor niet-geestelijken, doorbrak hij het Leuvense monopolie op hoger onderwijs in de Zuidelijke Nederlanden. Het boek van Aguilonius bleek bovendien zeer invloedrijk. Het legde de basis voor de studie van de stereografische en de orthografische projectie, belangrijk voor technische tekeningen en cartografie. Het zou later een enorme inspiratiebron blijken voor de Nederlandse wetenschapper Christiaan Huygens.

De kerk waarin je je nu bevindt, is mede ontworpen door Franciscus Aguilonius, of François d’Aguilon, zoals deze geboren Brusselaar in 1567 werd gedoopt. Dat is lang niet het enige wapenfeit uit het korte leven van Aguilonius. Hij was daarnaast rector van het Antwerpse jezuïetencollege, de stichter van een wiskundige hogeschoolopleiding in Antwerpen én de auteur van een opmerkelijk wetenschappelijk werk, getiteld: Opticorum libri sex, philosophis iuxta ac mathematicis utiles, oftewel: Zes boeken over optica, nuttig voor filosofen en wiskundigen. Aan de Universiteit van Leuven waren ze niet blij met Aguilonius. Met zijn boek en met zijn wiskundige opleiding, die ook toegankelijk was voor niet-geestelijken, doorbrak hij het Leuvense monopolie op hoger onderwijs in de Zuidelijke Nederlanden. Het boek van Aguilonius bleek bovendien zeer invloedrijk. Het legde de basis voor de studie van de stereografische en de orthografische projectie, belangrijk voor technische tekeningen en cartografie. Het zou later een enorme inspiratiebron blijken voor de Nederlandse wetenschapper Christiaan Huygens.

Om het effect van zijn studie nog te vergroten, nam Aguilonius Peter Paul Rubens in de arm voor de symbolische illustraties, die elk een heel verhaal vertellen. Zo stelt de vrouwenfiguur op de titelpagina de optica voor. De arend naast haar is een allusie op het scherpe zicht, maar verwijst via aquila, het Latijnse woord voor arend, ook naar Aguilonius, de schrijver van het boek. De tekening als geheel verbeeldt de overwinning van het vernuft op de zintuigen. Rechts staat Minerva als de godin van de wijsbegeerte met het hoofd van de overwonnen “gek” Medusa op haar schild. Links staat de god Hermes, die Argus, de bewaker met de honderd ogen waarvan er nooit meer dan twee tegelijkertijd sliepen, overwon.

Bekijk ook het vignet bij het eerste boek van de Optica. Hier zit de wetenschapper, bijgestaan door vijf behulpzame engelen gebogen over een oog. Zorgvuldig wordt het orgaan ontleed, terwijl een van de engelen zich op de achtergrond ontfermt over het afgehakte hoofd van de cycloop die zijn oog onvrijwillig aan het onderzoek heeft gedoneerd. Ook in de zeventiende eeuw gold al: alles voor de wetenschap.

Beluister ook onze podcastaflevering over wiskunde en wetenschappen.

Audiogids 04 – De jezuïetenorde: Franciscus Aguilonius

Jezuïeten en novicen

Ook van een jezuïet in opleiding kon niet worden verwacht dat hij de Bijbel helemaal doorgrondde. Daarom schreef Hieronymus Natalis, die lid was van de eerste groep jezuïeten rond Ignatius van Loyola, deze Adnotationes et meditationes in evangelia quae in sacrosancto missae sacrificio toto anno leguntur. Vrij vertaald betekent de titel Notities en meditaties over de evangeliën die het hele jaar door worden gelezen in de heilige mis. Het boek was opgevat als een bundel commentaren bij belangrijke Bijbelpassages, die voor priesters in opleiding, maar ook voor leken die het Latijn machtig waren, een inspirerende geheugensteun kon zijn.

Vanaf het allereerste begin was het Natalis’ bedoeling om zijn teksten vergezeld te laten gaan van afbeeldingen die de vaak complexe verhalen op een overzichtelijke manier weergaven. Het eindresultaat heeft hij zelf nooit mogen zien. Natalis stierf in 1580 toen verschillende Italiaanse kunstenaars nog druk bezig waren om de tekeningen uit te werken. Toen die tekeningen af waren, verliep ook de zoektocht naar een uitgever niet zonder problemen. Om het boek op een hoge oplage te kunnen drukken, moesten de tekeningen worden omgezet in hoogwaardige kopergravures – een complex en vooral tijdrovend werkje. Christoffel Plantijn zag de uitgave om die reden niet zitten. De enige graveurs die een opdracht van deze omvang aankonden, waren volgens hem de gebroeders Wierix en die kon hij de jezuïeten niet bepaald aanbevelen. De drie broers werkten volgens Plantijn één of twee dagen, waarna ze het geld dat ze hadden verdiend, verbrasten in herbergen en kabberdoezen. Als het geld op was, verpandden ze niet zelden hun kleding, zodat wie de broers wilde inhuren ze eerst moest vrij kopen. Tussen de braspartijen door slaagden Jan, Hiëronymus en Antonius Wierix er echter toch in de 153 gravures te voltooien, zodat het boek in 1595 kon verschijnen bij de Antwerpse uitgever Martinus II Nutius.

De prent van de Samaritaanse vrouw, waarop het boek openligt, verwijst naar het Johannesevangelie. Op weg naar Galilea rust Jezus uit bij een waterbron en raakt in gesprek met een vrouw die in hem een profeet meent te herkennen. Jezus maakt haar duidelijk dat hij de zoon is van God. De vrouw gaat daarop naar de stad en overtuigt de bevolking van Sichar om naar Jezus te komen luisteren. De sterkte van deze illustratie is dat ze verschillende elementen van het verhaal in één tafereel samenbrengt. Op de achtergrond is de Samaritaanse vrouw bijvoorbeeld te zien in haar tocht naar de bron, terwijl ze op de voorgrond al in gesprek is met Jezus.

Audiogids 05 – Jezuïeten en novicen

Episodes uit Ignatius’ leven

De jezuïeten waren bij tijd en wijle niet vies van een beetje zelfpromotie. Behalve een boek vol inspirerende verhalen die jonge jezuïeten zouden kunnen aansporen om zelf een exemplarisch leven te leiden, is Vita Beati P. Ignatii Loiolae, of het Leven van de gelukzalige pater Ignatius van Loyola, vooral een pleidooi voor de heiligverklaring van de stichter van de Sociëteit van Jezus. In 1609 had paus Paulus V daartoe de eerste stap gezet. Hij verklaarde Ignatius zalig en effende zo het pad naar een heiligverklaring. Nog diezelfde zomer verscheen in Rome dit boek, ogenschijnlijk uit het niets. De uitgave vermeldt geen uitgever, geen kunstenaar en ook de auteur van de onderschriften blijft anoniem. Alle aandacht gaat zo uit naar het leven van de gelukzalige Ignatius, dat in de vorm van een beeldroman wordt verteld. In 79 kopergravures leert de lezer Ignatius kennen als een moedige soldaat die na gewond te zijn geraakt tot het inzicht komt dat de ware helden niet op het slagveld te vinden zijn, maar in de geestelijke wereld.

Onderzoek wijst uit dat de gravures naar alle waarschijnlijkheid zijn gemaakt door Jean-Baptist Barbé, die zich in ieder geval gedeeltelijk zou hebben gebaseerd op tekeningen van Peter Paul Rubens. De dertiende illustratie toont Ignatius’ bezoek aan het benedictijnenklooster van Santa Maria de Montserrat, in maart 1522. Hier kwam hij tot inkeer, gaf zijn kleren aan de armen en hing zijn wapens aan het altaar – waarmee hij afscheid nam van zijn leven als militair. Vervolgens trok Ignatius naar het nabijgelegen Manresa, waar hij ongeveer een jaar verbleef, zich kastijdde en bedelend in zijn levensonderhoud voorzag. Rechts op de achtergrond is het ziekenhuis te zien, waar hij af en toe wat klusjes opknapte, in ruil voor eten en onderdak.

Het was natuurlijk niet alleen aan dit boek te danken dat Ignatius in 1622 heilig werd verklaard. Maar deze gebeurtenis was wel aanleiding om een tweede uitgave van Vita Beati P. Ignatii Loiolae uit te geven. Het blijft dus een sterk staaltje van strategische communicatie.

Audiogids 06 – Episodes uit Ignatius’ leven

Affixiones

De getoonde emblemen uit de affixio hingen oorspronkelijk aan de voet van de zuilen van de bovengalerij. De zeventiende-eeuwse Antwerpenaren bekeken ze dus waarschijnlijk van onderaf, vanuit het schip van de kerk, zoals dat in die tijd ook op andere plaatsen gebeurde.

Op deze galerij laat het vierde doek uit de embleemtentoonstelling zien dat het niet altijd gemakkelijk was om gehoor te geven of te blijven geven aan de goddelijke roeping. De afgebeelde figuur – met vleugels en stralenkrans en gekleed in een stemmig oranje kleedje – doet zijn best om een papieren vlieger in bedwang te houden. Het waait flink. De struiken links op de voorgrond liggen haast plat op de grond en het opschrift meldt: ‘blootgesteld aan felle tegenwind. Het is dus niet alleen een plezierig uitje voor de engelachtige figuur.

Toen de jezuïeten dit schilderij in 1640 lieten maken, vierden zij hun honderdjarig bestaan, maar ze sloten hun ogen niet voor de tegenwind die inmiddels was opgestoken. Calvinisten en andere hervormden zagen in de jezuïeten van Antwerpen gevaarlijke agenten van Rome. Zelfs bij andere katholieke religieuze ordes was men niet zelden jaloers op het succes van de scholen en verenigingen van de jezuïeten.

Toch zou je de tegenwind ook in ruimere zin kunnen opvatten. Een christen ondervond tegenstand op het lastige pad dat hij of zij koos. Die tegenkanting was zelfs nodig, want vroom willen zijn, vergt grote inspanningen en wie de blik gericht wil houden op het oneindige, wekt snel de spotlust. De voorstelling op het doek en het aangebrachte opschrift roepen op om ondanks al deze obstakels te volharden in de spirituele overtuiging. Doorzetten in felle tegenwind leidt tot voorspoed en dat gold zowel voor de jezuïetenorde als voor de gewone gelovige. Jezuïeten stonden niet los van de buitenwereld, zij stonden daar middenin.

Audiogids 07 – Affixiones

Scholieren en hun ouders

Het is tegenwoordig misschien moeilijk voor te stellen, maar we bevinden ons hier in het mooiste klaslokaal van het zeventiende-eeuwse Antwerpen. Elke zondag stormden enkele tientallen jongelingen de trappen van de zijtorens van deze kerk op naar de galerijen. Dit waren niet de kinderen van de welgestelden. De voorname Antwerpse burgers hadden namelijk geld genoeg om hun kinderen op werkdagen naar een college te sturen. Die luxe kenden de winkeliers en ambachtslieden echter niet. Hun kinderen werkten vaak al vanaf jonge leeftijd in hun zaak. Maar op zondag, de enige vrije dag van de week, was er gelegenheid om in hun schola – wat letterlijk ‘vrije tijd’ betekent – wat onderricht te genieten. Ze namen plaats op de houten banken achter u en luisterden, gadegeslagen door de 39 schilderingen van Rubens die destijds de houten plafonds sierden, naar wat hun leraren te vertellen hadden.

In het onderwijs van de jezuïeten – in de zondagsschool, maar vooral in de colleges – speelde toneel een grote rol. Het werd gezien als een nuttig instrument om het geheugen te trainen en om en passant vlot Latijn te leren spreken en inzicht te verwerven in de welsprekendheid. De stukken werden niet zelden door de leerkrachten en leerlingen samen geschreven en waren doorgaans gebaseerd op bijbelverhalen.

Op de aankondiging voor u wordt bijvoorbeeld een toneelstuk aangekondigd dat het oudtestamentische verhaal over de marteldood van Salomona en haar zeven zonen, de Makkabeeërs, vertelt. Hoewel er nauwelijks speelteksten zijn overgeleverd, zijn er enkele duizenden van dit soort programma’s bewaard, vaak gebundeld in grote verzamelingen. Ze laten zien hoe belangrijk het theater was als leermiddel en als manier om de band met de ouders van de leerlingen te onderhouden.

Hoewel de voertaal Latijn was, werden de programma’s vaak ook opgesteld in de volkstaal om op die manier ook de moeders en de zussen van de leerlingen – die niet naar de Latijnse school mochten – bij het schooltheater te betrekken.

Beluister ook onze podcastaflevering over onderwijs.

Audiogids 08 – Scholieren en hun ouders

den Christeliicken Waerseggher

Als men de school had doorlopen, was het leren nog niet voorbij. Ook na de studie moesten jongelingen ertoe worden aangezet om religieuze werken te blijven lezen. Daarvoor hadden de jezuïeten een eigen strategie: als de religieuze literatuur er uitzag als de wereldlijke, zouden lezers deze boeken gemakkelijker ter hand te nemen. Zo breidde de jezuïet Joannes David (1546-1613) zijn boekje met honderd tweeregelige versjes waarin hij de belangrijkste katholieke geloofsstellingen samenvatte, uit tot een rijk geïllustreerd embleemboek. In de Christeliicken Waerseggher, dat in 1602 in Antwerpen door Jan Moretus werd uitgegeven, gingen de honderd kopergravures van Theodoor Galle, de daarbij horende onderschriften en de uitvoerige commentaar een sumvolische dialoog aan. Zo gaf hij zijn boek alle uiterlijke kenmerken van het enorm populaire genre van het embleemboek.

Om het boek nog aantrekkelijker te maken voegde David er een “Rolle der Deugdsaemheydt oft keer-spel” aan toe. Dit was een soort rad van fortuin. De draaischijf werd in het middelpunt van de cirkel met een stukje touw aan het blad bevestigd. In de schijf zijn vier vensters uitgeknipt, elk gewijd aan een evangelist. Als de schijf draait verschijnen in de venstertjes getallen. De lezer kan aan de hand daarvan in de lijst achter in het boek het bijbehorende motto opzoeken, dat op zijn beurt verder verwijst naar een prent en een commentaar in het boek. David verklaarde zelf dat hij dit spelelement had geïntroduceerd als antwoord op de zeer geliefde astrologische fortuinboeken, waarin dergelijke draaischijven waren geïntroduceerd.

Om te vermijden dat de jeugd het verschil met de profane boeken niet zou merken, voegde David aan zijn boek nog een tekst toe onder de niet mis te verstane titel “Schild-wacht tot seker waerschouwinghe teghen de valsche waersegghers, tooveraers ende derghelijcke ongoddelijckheydt”. Sommige exemplaren van het boek gingen nog een stap verder in deze multimediale benadering en bevatten een polyfone muzieknotatie, zodat de motto’s vierstemmig gezongen konden worden.

Audiogids 09 – De Christeliicken Waerseggher

Antwerpenaren

Aanvankelijk prijkte in de centrale nis van het Antwerpse stadhuis een beeld van de mythische held Brabo. Toen na de Val van Antwerpen in 1585, de meeste protestantse opstandelingen waren verdwenen en de bevolking weer overal Mariabeelden terugplaatste in het straatbeeld, groeide het verlangen om Maria ook een plaats te geven op het belangrijkste gebouw van de stad. In 1586 hielden de jezuïeten een collecte en een jaar later werd het enorme Mariabeeld met veel fanfare in de nis geplaatst. Het hoogtepunt van de feestelijkheden vond plaats op 7 april 1587 toen Maria haar vergulde scepter en kroon kreeg. De kroning van Maria is een goed voorbeeld van de spektakelcultuur waarmee de jezuïeten het geloof midden in de samenleving plaatsten. De kroon en de scepter werden door schuttersgilde in triomf naar de Grote Markt gebracht. De leiders van de Mariasodaliteiten hielden toespraken voor de verzamelde stadsbestuurders, waarin ze onder meer vroegen om ervoor te zorgen dat de Heilige Maagd Maria altijd op haar prominente plek zou blijven staan en tot in de eeuwigheid de beschermvrouw van de stad zou blijven. Die boodschap werd ook nog eens uitgebeeld in een blijspel dat op de Grote Markt werd uitgevoerd.

Een niet gedateerde tekening die een honderdtal jaar later in een van de Antwerpse Mariasodaliteiten tot stand kwam, herinnert aan deze spectaculaire beeldenwisseling. De verzen onder de tekening gaan expliciet in op de politiek-religieuze machtswisseling die in 1585 in Antwerpen plaatsvond:

Door onze sodaliteit is Brabo weggenomen.
En in dezelfde plaats is Maria’s beeld gekomen.
En sedert die tijd zo is Antwerpen vrij
van het calvinistisch bestuur en de lutherse ketterij.

Deze gebeurtenissen kwamen ook uitgebreid aan bod in de ATV-reportage over Barokke Influencers.

Audiogids 10 – Antwerpenaren

Festiviteiten

De jezuïeten hadden weinig aanleiding nodig om een feest te organiseren. Als er een goede aanleiding was, pakten ze dan ook nog grootser uit. Op maandag 27 augustus 1685 was het exact honderd jaar geleden dat de Spaanse landvoogd en veldheer Alexander Farnese triomfantelijk Antwerpen was binnengetrokken. De zondag ervoor trok een plechtige processie door de stad en op de dag zelf ging de ommegang uit.

Verspreid door de stad werden bovendien vijf triomfbogen opgericht. De indrukwekkendste was de boog van de jezuïeten, die pontificaal op de Meir stond opgesteld, ter hoogte van de Huidevettersstraat. Het grote bronzen kruis met Christus dat daar in 1635 in opdracht van het stadsbestuur was opgericht, werd in de triomfboog geïntegreerd. Het geheel kreeg met zijn enorme afmetingen – de boog was 23 meter hoog en 15 meter breed – de allure van een tempel. De geschilderde taferelen vertelden het verhaal van de intrede van Alexander Farnese en de overwinning van het ware katholieke geloof.

Na de festiviteiten werd de triomfboog op de Meir weer afgebroken, maar het bouwwerk werd vereeuwigd op dit anonieme schilderij dat nu bewaard wordt in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. De mensen die de herdenking hadden meegemaakt, zouden er nog lang over spreken. Een bezoeker uit de Republiek der Verenigde Provinciën schreef in zijn reisjournaal: “Toen de processie op maandag 16 augustus aan het Heilig Kruis op de Meir kwam, hebben we een zeer mooie en kostelijke tempel of triomfboog gezien. Je kon hem langs vier zijden betreden en langs de trappen waren heel mooie leuningen aangebracht. De trappen waren bedekt met rood laken. In de triomfboog was een kostbaar altaar gemaakt van zilver met aan de rechterzijde een beeltenis van Filips II en aan de linkerzijde één van de toenmalige Spaanse koning Karel II. […] Toen de bisschop van Antwerpen de triomfboog naderde, werd hij door de studenten naar daar geleid. Er werd heel mooi gezongen in de tempel en op verschillende instrumenten gespeeld. Dan zegende de bisschop alle aanwezigen en daalde hij de trappen af. Op dat moment vloeiden uit de vijf wonden van Christus die aan het grote kruis hing grote stralen water. Het was allemaal heel mooi om te zien en het aantal mensen dat op de Meir aanwezig was, was onmogelijk om te beschrijven.”

Audiogids 11 – Festiviteiten

Ketters

De jezuïeten wisten natuurlijk niet iedereen te overtuigen. In het dagelijkse leven kwamen ze nogal wat andersdenkenden tegen. Het dichtst bij huis waren dat de protestanten uit de noordelijke Nederlanden die van de jezuïeten steevast de weinig complimenteuze koosnaam ‘ketters’ toebedeeld kregen. Bekende schrijvers van de orde als Franciscus Costerus en Joannes David richtten in hun pijlen regelmatig op deze afvalligen. Dat deden ze in boeken met kleurrijke titels als Corte antwoorde op hondert loghenen, Schildt der catholijcken teghen de ketterijen, of Kettersche spinnecoppe. Op de titelpagina van dit laatste werk worden protestantse voormannen als Maarten Luther en Johannes Calvijn in een grote ketel gekookt.

Andersom waren de jezuïeten zelf ook regelmatig het mikpunt van spot in prenten en pamfletten. Op deze anonieme spotprent uit 1618, getiteld‘ Consilium malum consultori pessimum ’(Slechte raad is het schadelijkst voor de raadgever), zie je een groep jezuïeten die gewapend met bijlen de boom van de hervorming proberen om te hakken. De boom groeit uit de borst van Maarten Luther en geeft plaats aan de vrouwelijke personificaties van Geloof, Hoop, Liefde en Geduld. Op de achtergrond aan de rechterzijde zijn de “IJdele beraadslagingen van de Jezuïeten” afgebeeld en links speelt een jezuïet vlak voor de hellemond een partijtje domino met de duivelse figuren Lucifer, Beëlzebub en Astaroth.

Deze prent werd oorspronkelijk gemaakt voor een pamflet met de titel Der Jesuiten Ankunfft / Blutdurstige Ratschläg und Practica, die in 1618 werd uitgegeven bij de uitwijzing van de jezuïeten uit Bohemen. De weerstand tegen de orde kon dus uiterst heftig zijn, wat voor een groot deel de eigen strijdbaarheid tegen het protestantisme verklaart.

Audiogids 12 – Ketters

Overzee

Toen Philippus Couplet in 1654 schoolging in het jezuïetencollege van Leuven, ontmoette hij daar de Italiaanse missionaris Martino Martini. Na tien jaar missiewerk in het Oost-Azië was Martini weer even in Europa. Hij vertelde zo beeldend over zijn werk in de Oriënt dat de jonge Couplet geïnspireerd raakte en besloot om zich ook aan te melden voor de missie.

De missie was voor de jezuïeten een belangrijk middel om de ware leer van het katholicisme te verspreiden onder andersgelovigen. Dat deden ze in het voetspoor van Franciscus Xaverius zowel in India, China en Japan, als in Zuid-Amerika. Door het contact met deze exotische culturen brachten de missionarissen ook heel wat informatie mee over delen van de wereld waar de gemiddelde Antwerpenaar zich nog maar moeilijk iets bij voor kon stellen. In China maakte Philippus Couplet bijvoorbeeld kennis met Candida Xu, de kleindochter van een vooraanstaande Chinese geleerde die zich tot het katholicisme bekeerd had. Ook zij was katholiek en Couplet werd haar biechtvader. Nadat haar echtgenoot was overleden, zette Xu zich zelf in voor de verdere verspreiding van het katholicisme in China. Couplet raakte zo onder de indruk van de tomeloze inzet die Xu daarbij aan de dag legde, dat hij na zijn terugkeer in Europa een biografie over haar schreef, waarin hij ook heel wat culturele en statistische informatie over China verwerkte. Dat deed hij aanvankelijk in het Frans, maar in 1694 verscheen er in Antwerpen ook een Nederlandstalige versie van. Niet verwonderlijk, want Couplet richtte zich met zijn boek met name tot vrouwelijke lezers, die vaak alleen de volkstaal machtig waren. Hij probeerde hen aan te zetten om Candida’s voorbeeld te volgen en te kiezen voor een bestaan als geestelijke dochter van de orde. Behalve een doorleefde biografie van een bijzondere vrouw is deze Historie van eene groote, christene mevrouwe van China met naeme mevrouw Candida Hiu dan ook een goed voorbeeld van het lobbywerk dat de jezuïeten verrichtten voor de missie.

Hier eindigt de audiogids van de expositie op deze verdieping. Als je de galerij via het trappenhuis aan deze kant van de kerk verlaat, kun je nog een bezoek brengen aan de luisterrijke Houtappelkapel, waar we het verhaal zullen vertellen van de jezuïeten en hun ‘geestelijke dochters’.

Beluister ook onze podcastafleveringen over missionering en dekolonisatie, cartografie, en Ferdinand Verbiest.

Audiogids 13 – Overzee

De Houtappelkapel

In deze rijk geornamenteerde Mariakapel waan je je in Italië. Deze kapel puilt uit van marmers. Sommige van die veelkleurige marmerplaten zijn beschilderd. Kijk bijvoorbeeld eens naar het Maria-altaar, waar de schilder Hendrik van Baelen tegen de achterwand bij wijze van spreken het foto-album van Maria heeft aangebracht. Als je goed kijkt naar het tafereel waarin de geboorte van Jezus is afgebeeld, zie je dat Van Baelen het landschapje wel heeft geschilderd, maar dat hij voor de rotspartijen het naakte marmer zijn werk heeft laten doen.

Het hoofdschilderij in het altaar was oorspronkelijk van Rubens, maar is na de afschaffing van de jezuïetenorde in 1773 net als de twee grote altaarstukken naar Wenen verscheept. Hier hangt sindsdien een kopie. Zeer typisch voor de barok is dat de tweede en de derde dimensie met elkaar worden verbonden. Maria steekt haar hand vol hoop omhoog. Ze kijkt naar de hemel. Boven haar bevindt zich een gebeeldhouwde figuur die symbolisch God voorstelt en die Maria zijn geaderde hand reikt. Het is alsof de aardse dimensie en de hemelse dimensie elkaar elk moment kunnen raken.

Deze kapel is voor een belangrijk deel gefinancierd door de adellijke familie Houtappel. De dochters Maria, Anna, Christina en Lucretia-Suzanna Houtappel, en hun nicht Anna ’s Grevens, waren zogenaamde ‘geestelijke dochters’ van de jezuïetenorde. In tegenstelling tot andere religieuze ordes hadden de jezuïeten geen vrouwelijke afdeling, maar vrouwen die de orde waren toegedaan konden zich met de jezuïeten verbinden door een spiritueel huwelijk te sluiten met God en als ‘geestelijke dochters’ door het leven te gaan. De vier heiligen waarvan er in deze kapel beeldhouwwerken staan, zijn niet toevallig de naamheiligen van deze volgelingen van de jezuïeten.

Audiogids 14 – De Houtappelkapel